La Palma Wandelen
Home
Wandelingen
Wandelkaart
Wandelhuizen
Wandelreis
Contact
Oceaanzicht

Vakantie op La Palma!

Vrijdag 24 augustus

Om 2 uur opstaan is best vroeg… Ask was desondanks in één klap wakker toen ik hem zei dat we op vakantie zouden gaan. Up and running! Ask kletste aan 1 stuk door. De hele weg heeft hij zitten kwebbelen. Over wat hij zou gaan doen op vakantie, over de sterren die hij kon zien, over waar hij zou gaan zitten in het vliegtuig, over wat hij zou gaan eten. Hij hield maar niet op. Het inchecken ging vlot en op ons gemakje zijn we naar de gate gekuierd. Daar kreeg Ask zijn vliegtuigcadeautje: een magneetboek over het leven onder water. Een schot in de roos. Nadat hij wat gepuzzeld had, zat Ask even voor zich uit te staren. Ik vroeg hem wat hij dacht en hij vroeg: “Zijn we nu in Nederland?” Ik zei ja en Ask vervolgde: “En naar welk land vliegen we zo meteen toe?” Ik zei: “Naar Spanje”. Ask was even stil en vroeg toen lichtelijk opgewonden: “Oh, gaan we dan ook naar Sinterklaas toe?!” Nee, dat dan weer niet…

Op La Palma stond onze auto al klaar en we konden met de routebeschrijving naar de casita op pad. Helaas waren we om 9 uur al aangekomen op La Palma en mochten we pas na 13 uur in de casita. Om de tijd te doden, besloten we een rondje om het eiland heen te gaan maken. We waren al voorbereid en het klopte ook écht: op heel La Palma is geen enkel horizontaal en/of recht stukje weg te vinden. Alléén maar bochten omhoog en omlaag. Avontuur dus, want soms reed je langs de steilste kliffen en diepste kloven. Ook de weggetjes zelf (vooral die wanneer je verdwaald bent) konden ERG steil zijn:

Iets voor 13 uur waren we, na diverse tussenstops om van het uitzicht en de omgeving te genieten, bij de casita aangekomen. Wát een fantastisch verblijf voor onze vakantie: een casita in Palmeerse stijl met een fe-no-me-naal uitzicht over een gedeelte van de westkust en de oceaan. Echt waanzinnig gewoon!

We maakten meteen even kennis met ‘de buurman’, een geïmmigreerde Duitser en hij vertelde ons waar we boodschappen konden doen. Nadat we onze tassen hadden uitgepakt, zijn we dat dan ook meteen maar gaan doen. De ’supermarkt’ bleek een píepkleine ruimte waar ke je tussen de vakken heen moest manouvreren. Liefst zónder dingen om te stoten. Een echt avontuur, helemaal als je Ask bij je hebt. Weer thuis heb ik het gele badje van Ask opgeblazen en toen kon de vakantie écht beginnen: in het badje en in de zon, drankje en hapje bij de hand en genieten van een magnifiek uitzicht.

Zaterdag 25 augustus

Vandaag hebben we het even rustig aan gedaan om te wennen aan de enorme omslag in temperatuur. Dankzij de boodschappen van gisteren hadden we de eerste levensbehoeften van Ask in kunnen slaan: melk en hazelnootpasta:

’s Ochtends een ritje langs de westkust, naar Tazacorte en Los Llanos de Aridane. We hebben wat langs het strand gewandeld en zijn boodschappen gaan doen in de ‘grote’ supermarkt. In tegenstelling tot de volgebouwde huiskamers die hier doorgaans supermercado heten, kon je zowaar mét winkelwagen door deze winkel lopen!

’s Middags rustig aan gedaan in en rond de casita. We hebben alle fruit- en notenbomen in de tuin onderzocht. Héérlijk: verse dadels, verse vijgen, verse bananen, amandels, overal hagedissen en krekels. Echt vakantie dus.


Zondag 26 augustus

Vandaag zouden we naar Los Tiles gaan. Een oeroud laurierbos aan de Noordwestkust van het eiland. La Palma kent geen snelwegen, alleen een doorgaande weg, gewoon 1-baans beide richtingen op. Op zich geen probleem, maar zo midden in de bergen, in de snikhete zon, langs duizend-en-één bochten en zonder uitzicht op verbetering was het iets te veel voor Ask en mama. We waren al 2 keer gestopt om weer wat kleur op onze gezichten te kunnen krijgen, om even frisse lucht te happen, om de misselijkheid te laten zakken. Alleen, toen waren we nog niet eens op een dérde van de heenreis…

We besloten dus maar om weer om te keren. Ook op de terugreis maakten we diverse stops, niet alleen tegen de reisziekte, maar ook om te genieten van het werkelijk fantastische landschap waar we doorheen reden.

In het nabij de casita gelegen dorp Tijarafe was een festivalletje aan de gang, super gezicht: alle kinderen liepen bloot op het grote plein en genoten van de water-attracties die daar opgezet waren, overal hingen vrolijk gekleurde vlaggetjes en er klonk muziek. Ask wist niet goed wat hij ermee aanmoest, die deed de hele dag alsof hij het koud had en weigerde in eerste instantie zélfs om zijn vest uit te doen. Uiteindelijk kreeg ik hem wel zo ver dat het vest uitging, maar de schoenen, lange broek en shirt met lange mouwen (de plaats waar we wilden gaan wandelen is vrij koud) bleven aan. Tssss…. Hoezo eigenwijs?

Maandag 27 augustus

In de ochtend zijn we eerst weer een stukje gaan rijden.We wilden barbequen en hadden dus vlees nodig. In Los Llanos hebben we heerlijk geflaneerd over het grote plein. Het sociale leven speelt zich op La Palma grotendeels buiten af en dat was te zien. Het was stikdruk op het plein. Overal liepen, stonden en zaten mensen. Zomaar, om te kletsen en elkaar te ontmoeten. Er was geen festival ofzo aan de gang, men ontmoette elkaar gewoon daar op het plein. Erg gezellig en erg druk. We vonden een slager en in ons beste Spaans en met behulp van handen en voeten hebben we wat plaatselijke lekkernijen voor op de barbeque gekocht. Op de terugweg vonden we een apotheek en in ons beste Spaans hebben we ook maar meteen wat medicijnen tegen reisziekte ingeslagen. Geen overbodige luxe…

’s Middags hebben we de medicijnen uitgeprobeerd en zijn we de uitloper van de krater waar wij op ‘woonden’ verder naar boven gevolgd. Zo kwamen we bóven de wolkengrens uit. Echt bizar om te zien dat de wolken zo naar boven kwamen gegleden op het moment dat wij daar stonden, heel maf…

En hoe heette onze bergkam dan? Jawel: ‘El Jesús’. Juist; Jesús el seviorrrrrrrrrr Christ. Ik moest er elke keer weer om lachen.

Daarna weer héérlijk genoten van het vakantieweer (want de casita lag ónder de wolkengrens, die begon verder landinwaarts) en ’s avonds hebben we de barbeque aangestoken. Ask heeft zitten búnkeren van de Palmeerse aardappelen, het vlees, de olijven en de salade.


Dinsdag 28 augustus

Oké dan, poging twee… Bovenaan onze to-do-list deze vakantie stond een wandeling door het laurierbos, dus dat het ons eerder deze week niet gelukt was om er te komen, was een enorme domper. Met de medicijnen, móest het toch lukken. Toch? We besloten ook meteen om een andere route te nemen, hopelijk was die minder bochtig. Vol medicijnen én goede moed gingen we op stap en inderdaad: ruim 1,5 uur later waren we er. Zonder misselijk of ziek geworden te zijn.

Toen het pad. Het stond als ‘duizelingwekkend’ in ons boekje, maar we besloten het er op te wagen, omkeren kon altijd nog. Op weg naar boven vonden we het eigenlijk helemaal niet zo duizelingwekkend. Het pad was niet overal even goed aangelegd (lees: helemaal niet -goed- aangelegd), maar doordat het pad in een dicht bos lag, had je nergens een open klif naast je, alleen maar een heel dicht bladerdek. Het leek wel een beetje op de Efteling vonden we. De klim was slopend. Ruim 500 meter klimmen en traplopen en omhoog en zwóegen dus! Ask heeft grote stukken zelf gelopen, maar heeft ook flink wat delen op de schouders gezeten. Na ruim 45 minuten kwamen we op het hoogste punt aan en werd ons afzien beloond met een adembenemend uitzicht (zie je dat oranje vlekje midden onderaan de foto? Daar komen we vandaan!):

De terugweg was minder vermoeiend, maar vreemd genoeg wel zwaarder. Nu zágen we welke diepten er voor en naast ons lagen en het afdalen was lichamelijk veel meer slopend dan het stijgen. Na diverse stops kwamen we een uur later weer ‘beneden’ aan. Ask vond dat hij echt heel erg zwaar werk geleverd had, maar vooral mama vond deze beklimming en afdaling een overwinning op zichzelf.

Terug gingen we door ‘de tunnel van het weer’. La Palma is in feite een grote krater, met enorme bergtoppen. Die bergtoppen houden het weer haast letterlijk tegen. Aan de ene kant reden we de tunnel in hevige bewolking en in een donker loofbos in, amper een minuut later kwamen we er aan de andere kant van de bergkam weer uit: stralende zon en in een naaldbos. Het is echt zo’n waanzinnig eiland!


Woensdag 29 augustus

Vanochtend moesten we op tijd weg om een goed plaatsje op de Fancy 2 te kunnen bemachtigen. We gingen varen! Ik had Ask al verteld dat het een heel bijzondere boot was. Voor waren 2 gedeelten waar je via ruiten naar de onderwaterwereld kon kijken. Soort van net als papa-duiker dus! Ask had in de haven al onder water gekeken en zag daar vissen en troep langskomen. Onderweg was er alleen maar water te zien, maar toen we boven een rif stopten en er brood over boord werd gegooid, ging Ask uit zijn dak: koraal en anemonen en vissen! Nét als papa!

Veel te snel naar Ask zijn zin voeren we weer door, langs de piratenbaai…

…en langs (en in) de Cueva Bonita…

…om vervolgens halt te houden voor een duik in de oceaan. Ask wilde ook en mocht ook. Hij kreeg een groot reddingsvest aan, maar toen hij eenmaal in het water lag, was het gedaan met de pret. Meneer kreeg water in zijn oren en dan is het grote paniek. Hij verzoop mij bijna door bovenop me te klimmen. Ik werd toen gestoken door kwallen (ik vraag me af of Ask daar misschien van in paniek raakte, maar hij zegt zelf van niet) en dus konden we er weer uit.

Het hoogtepunt van de reis waren toch wel…

…de dolfijnen! Op het voordek stond het barstensvol dikke Spanjaarden en dus zijn we maar naar de onderwaterkijkruimte gegaan en daar was Ask diep, diep, DIEP onder de indruk van de dolfijnen die hij op 50 cm van zijn neus voorbij zag zwemmen. Fantástisch!

Ask was helemaal hyper, hij vond het zo leuk!

Na de boottocht zijn we in Tazacorte-Playa wat gaan eten. Ask is dól op het Spaanse eten, vooral tapa’s vréét hij. Hij is al gelukkig met een groot glas melk, een brood met allioli en (veel) olijven.

Donderdag 30 augustus

Onze laatste dag en dus besloten we het rustig aan te doen. Voor de laatste keer uit eten naar La Muralla in Tijarafe, een restaurant wat over een helling heen hangt. Het terras ‘zweeft’ honderden meters boven een afgrond. Op het terras wilden we niet zitten in verband met de zon (Palmero’s lunchen zo’n beetje tussen 14 en 16 uur en wij dus ook) en dus zijn we heerlijk koel binnen gaan zitten. Ask bestelde melk, brood, ham en kaas en kreeg zijn bord tapa’s. Hij heeft zitten smullen.

’s Avonds gingen we op tijd weer naar bed om vanochtend om half 6 Palmeerse tijd weer op te staan. Ask was net als op de heenreis meteen weer kláárwakker en had praatjes voor 10. Hij ging nog even gedag zeggen tegen de kat van de buren die elke ochtend trouw voor de deur had zitten wachten tot Ask wakker was. Dan ging Ask met de kat op stap en hij vertelde de kat de grootste verhalen, zo schattig. Nu dus ook weer: “Dag poes. Je hebt me wel eens gekrabd en dat vond ik echt niet leuk, maar nu ga ik weer naar huis. Naar mijn huis in Néderland. Tot ziens poes!” En de poes miauwde Ask gedag. Toen we buiten stonden, was het echt donker, geen vals licht zoals je dat in Nederland hebt, nee écht donker. Ask keek omhoog en was verrukt. “KIJK nou!!! Al die sterren! Oh zó veel sterren, het lijkt wel de droomvlucht zo mooi!”
De terugvlucht ging net zoals de heenvlucht: zonder problemen.

Ask belde papa toen hij in Nederland was aangekomen om te zeggen dat hij er weer was. Bij de Mac hebben we even snel wat gegeten en toen konden we weer naar huis. Na een week rust, zon, zee en vrijheid was dit was ons wachtte:

2 Uur file rijden in de druilerige Nederlandse regen. Wij willen weer terug. Viva La Palma!